De teksboeken van Hans Leijendeckers

 

Ontstaan ergens midden jaren tachtig toen ik voor het eerst  in de Wauze ging spelen. Bij de Wauze was het zo dat je in twee – drie weken tijd ongeveer 40 nieuwe liedjes moest instuderen, Dat was best veel info wat je ergens kwijt moest en voor de meesten van ons paste dat helaas niet op de ‘’harde schijf”. Dus had iedere muzikant zijn eigen velletjes met aantekeningen waarop gedeeltes van tekst (als ze moesten meezingen) en akkoorden schema’s stonden. Deze moesten dan tijdens een optreden bijelkaar gezocht en geraapt worden en het kwam ook nog wel eens voor dat zo’n kostbaar velletje met aantekeningen kwijt raakte.

Ik kwam toen op het idee om alle teksten van liedjes, met daarboven de akkoorden , te bundelen en voor ieder lid van de band een boek van te maken zodat we allemaal daarin onze eigen aantekeningen konden maken. Zo had iedereen zijn eigen boek en was het afgelopen met het kwijtraken van aantekeningen en konden we tijdens een optreden ook sneller nummers achterelkaar spelen zonder dat iemand nog moest zoeken naar zijn aantekeningen die dan vaak snel met een wasknijper op een statief werd vastgezet. De trent was gezet! Want bij ieder (gelegenheids) bandje waarin ik vanaf die tijd speelde (en dat zijn er heeeeeel veel geweest) besloot ik om voor ieder lid zo’n boek te maken van het repertoire wat we op dat moment hadden,

Niks aan de hand zou je denken …… (hou je maar vast voor de gevolgen )

Nu was het zo dat bij deze gelegenheidsbandjes allemaal mensen zaten die ook in andere bandjes speelden, Deze muzikanten namen dan na zo´n project allemaal hun eigen tekst-akkoorden boek mee naar hun eigen band en gingen dan uit dat boek leuke liedjes spelen die ze in die gelegenheidsband hadden gespeeld. Dat was lekker makkelijk. Want wat ik nog hierbij moet vermelden is dat we toen nog geen internet hadden en je maar een naam van liedje of band hoefde in te typen om aan de tekst, laat staan akkoorden, te komen. Nee zo´n tekstboek was het noeste werk van vele uren liedjes beluisteren, bandjes een stukje terug spoelen (wat zingt hij daar nu weer) opschrijven (vaak foenetisch), akkoorden uitzoeken op een gitaar,  dan uittypen op een typmachine, laten kopieeren en inbinden ….. In zo´n boek zaten heel wat uren werk!!! Dit om een indruk te geven dat deze boeken destijds zeer gewild waren.

Hierdoor onstond vanaf eind jaren tachtig tot ver in de negentiger jaren een cultuur in de Roermondse popmuziek onder coverbandjes een situatie dat alle bandjes een groot overlap aan repertoire hadden. Meer dan 50% van de liedjes kwamen uit deze boeken. En ik betrap nu nog sommige bandjes erop dat ze nog hiervan gebruik maken ( door de verkeerde tekst te zingen die destijds foenetisch is opgeschreven’