The Thunders

 

In 1963 deed in Montfort het gerucht de ronde dat er een beatband opgericht zou worden. En in de wintermaanden van ‘63  en ’64 vonden de eerste optredens plaats in locale gelegenheden  als Café de Roeper en zaal Mertens en in Linne in café ’t Hoekje.

In de zomer van 1964 begonnen vier Montfortse jongens aan hun tocht langs danszalen en feesttenten in de regio. Ze noemden zich the Thunders. De bezetting was als volgt: Jo van Pol op basgitaar, Bair Suylen op slaggitaar, Jan Feller op drums en Pieter Zeelen op sologitaar en zang.

Het repertoire dat ze instudeerden bestond voornamelijk uit covers van Engelse bands als the Beatles, Hermans Hermits, Them, the Animals, the Kinks en the Rolling Stones.

Pieter Zeelen stond op het podium tussen Bair en Jo in, als de centrale man. Ofschoon hij de meeste zangpartijen voor zijn rekening nam, zongen de anderen ook. In een eerder vraaggesprek heeft Pieter al eens verteld dat hij nooit van het podium is gevallen. “Dat werd je geleerd op de blindenschool: geen overbodige bewegingen maken, statisch blijven staan, dan kunnen er ook geen gekke dingen gebeuren”.

In het begin werd, bij gebrek aan beter, een gitaar aangesloten op een radio. Toen ze een Dynacord versterker kregen sloten ze alle drie hun gitaren aan op dezelfde versterker.

In een interview met Frank Dam voor de NRC, in een serie over nederbeat,  verwoordde Pieter in 1999  hoe het voelde in die begintijd: “We waren nog wel echte jochies hoor, maar ik voelde wel dat ik uitstraling had: met mijn bril, rood jasje, bloemetjesoverhemd, puntschoenen…Ik had een Duitse elektrische gitaar, een ‘Fazan’…het bijzondere was dat-ie rood gevlamd was, heel opvallend, alsof hij licht gaf. Dat moet toch wel een indrukwekkend gezicht zijn geweest.”

Op een dag werd er bij Veith’s Musica, een muziekzaak op de Hamstraat te Roermond, een  echte Engelse Vox geluidsinstallatie  besteld. Net zo een als de Beatles hadden. En Jo van Pol kocht bovendien nog een vioolbas zoals Paul McCarthy had. Toen kwam het vriendelijke verzoek van de heer Veith of hij de installatie nog twee of drie weken in de etalage mocht laten staan. Want zó’n bijzonder product had hij niet vaak in de winkel. Het was dezelfde meneer Veith die interessante contacten had in de platenwereld en the Thunders later een platencontract bezorgde bij Omega.

In die jaren vond op het Midden Limburgse platteland  langzaam maar zeker in het danszalencircuit de omslag plaats van dansorkest naar beatgroep. Maar dat dit geen proces was dat zich snel voltrok bewijst het volgende voorval. Een van de eerste optredens vond plaats in Hunsel op twee carnavalsavonden. De zaalhouder stond er op dat the Thunders met een accordeonspeler aantraden. Die hadden ze niet, maar omdat ze krap bij kas zaten namen ze de klus toch aan en logen vlak voor het eerste optreden dat de accordeonist van de band ziek was geworden. De zaalhouder betaalde daarom bij de afrekening per optreden honderd gulden minder uit.

Ook het feit dat the Thunders enkele ouderwetse schuifelnummers achter de hand hadden die ze konden spelen als het nodig was zegt iets over de tijd. Pieter herinnert zich nog het lied ‘Melancholie(in september)’ van die Bambi’s, ‘Maria Elena’ van Los Indios Tabajaras en het zwoele ‘La Comparsa’ van de Maskers. Het zijn alle drie typische dansorkest krakers uit die tijd. Maar ook de ‘Guitartango’ van the Shadows hielden ze achter de hand, voor het geval het van pas kwam.

De Thunders traden in het begin meestal alleen in de weekends op; voornamelijk in het Midden Limburgse zalencircuit. Tot ze een keer in Vlodrop speelden in café de Parasol. Daar ontmoetten ze twee Engelse militairen van de vliegbasis Wildenrath. Een van hen was Dave Gorman die hen uitnodigde om in de corporals’ mess te komen spelen. Optredens in de Queensway van Reindahlen volgden maar ook op de vliegbasis van Brüggen werd opgetreden. In feite functioneerde Dave als de manager voor Duitsland want ook buiten de Engelse bases groeide belangstelling voor de groep. Het aantrekkelijke aan het contact met de militaire bases was dat daar ook door de week gespeeld kon worden . Op dinsdag bijvoorbeeld was er feest in de sergeants’ mess en op donderdag in de officers’ mess. Zo kon het gebeuren dat ze vaak vier of vijf optredens per week hadden. Uit dit contact ontstond ook hun bemiddelaarsrol om boekingen te regelen voor andere Nederlandse bandjes. Opus 23 uit Maastricht is zo een keer bemiddeld, met toen nog Frans Theunisz en Benny Neijman als bandleden, om te spelen op een Engelse basis. Soms eindigden die feesten in een ‘really fine mess’ om het maar keurig te zeggen. Wat ze daar meemaakten als alle remmen los gingen zorgde er in elk geval voor dat ze sneller wisten wat er in de wereld te koop was dan hun leeftijdsgenoten in het dorp.

The Thunders brachten twee maal een single uit. Alhoewel de vier nummers tegelijkertijd in de Omega studio’s te Brussel door Cees van Zijtveld zijn opgenomen, werden ze niet gelijktijdig uitgebracht. Er zat ongeveer driekwart jaar tussen. De eerste single bevatte de nummers: ‘Take me the way I am’ en ‘Johnny’s back’. De tweede single ‘I’m the one you left behind’ en ‘Turn me loose’. Alle vier de nummers zijn geschreven door Pieter Zeelen. Dit was in die tijd nogal opmerkelijk omdat de meeste bandjes overwegend covers speelden. De singles deden niet veel. Er werden geen hitparade noteringen gehaald. Hilversum 3 bestond nog niet . Er was totaal geen ‘airplay’. De hierboven genoemde Cees van Zijtveld was ook presentator van een van de spaarzame popmuziekprogramma’s voor jongeren, het AVRO programma ‘10+ 20-‘. Omdat hij hun producer was is de eerste single een paar keer door hem in dat programma gedraaid. Van de eerste single werden er in de regio toch nog zo’n duizend stuks  verkocht.

In de begintijd was er trouwens grote rivaliteit tussen de fans van de dorpse Thunders en de fans van de stadse Flying Condors uit Roermond. Ze bestreden elkaar te vuur en te zwaard. Er kon er maar één de beste zijn nietwaar? Het leek een beetje op de rivaliteit tussen de Beatles fans en de Rolling Stones fans. Er waren trouwens zaalhouders die the Thunders weigerden én er waren zalen waar the Flying Condors niet binnen kwamen. Toch hebben ze in zaal van Elmpt in Vlodrop op een avond de bühne gedeeld, en dat verliep probleemloos.

De relatie met de plaatselijke katholieke kerk liet in het begin te wensen over. De pastoor van Montfort waarschuwde zijn jonge parochianen voor de verderfelijke invloed van the Thunders. Toen ze door hun contacten op de Engelse legerbases over de grens in Duitsland in aanraking kwamen met de ‘Musicians Union’ kregen ze op een dag de kans om op uitnodiging van deze vakbond naar Engeland te gaan. Vanuit Engeland stuurden ze toen een ansichtkaart naar de pastoor van Montfort met daarop een afbeelding van St. Paul’s Cathedral . Toen ze daarna ook nog een keer (gratis) optraden in de kerk ter opluistering van een beatmis hebben ze nooit meer problemen gehad. Publicitair was dat bezoek aan Engeland trouwens een groot succes dat breed uitgemeten werd in de pers. Er waren een drietal korte gastoptredens in Brighton, Manchester en Sheffield, maar het was alsof ze op tournee waren geweest in het Mekka van de beatmuziek, waar het allemaal gebeurde.

Een van de hoogtepunten in hun carrière vond plaats op zondag 18 september 1966 tijdens de bierfeesten die brouwerij Huybens in Horn jaarlijks organiseerde. Op zondagmiddag vonden daar de Limburgse beatkampioenschappen plaats in een grote feesttent gevuld met tweeduizend jongeren. De winnende groep en nummer twee zouden dan ’s avonds in het voorprogramma mogen optreden van the Kinks uit Engeland en the Motions uit Den Haag. Bovendien lag er een platencontract klaar voor de winnende groep. Er deden elf groepen uit de hele provincie mee, onder andere the Climax uit Maastricht, Scarface uit Venlo en the Yellow Stars uit Maasmechelen. The Thunders speelden de eigen composities ‘Take me the way I am’ en ‘I’m the one you left behind’ om af te sluiten met een lang uitgesponnen versie van  het nummer ‘Gloria’ van de Ierse formatie Them, een groep rond de  zanger Van Morrison. En jawel hoor, the Thunders werden nummer één. Een platencontract van Telstar was voor hen geen prijs omdat ze al een contract hadden bij Omega. Die prijs ging naar de groep die tweede werd: the Rolling Beats uit Heer (Maastricht).

’s Avonds stonden the Thunders weer op de bühne in de grote feesttent, maar nu als voorprogramma van the Kinks. Er waren zo’n 3000 bezoekers. Tijdens het optreden van the Thunders begon het publiek ongedurig te worden. Er werd van alles op het podium gegooid, waaronder een autokrik, engelse sleutels en schroevendraaiers. Dit was vermoedelijk het werk van fans en/of leden van the Rolling Beats, die zich slechte verliezers toonden. Toen tegen tien uur eindelijk the Kinks verschenen bleek dat ze dronken waren en tot overmaat van ramp dat ze ordebewakers hadden die iedereen meteen van het podium mepten. The Kinks  gingen van start met het nummer ‘Till the end of the day’ om daarna over te gaan op het rustiger ‘Well respected man’. Tijdens het derde nummer ‘Milk Cow blues’ sloeg de vlam in de pan en was er herrie in de tent. Het concert was nog maar nauwelijks begonnen of het werd onderbroken. Toen de rust enigszins was weergekeerd speelden the Kinks hun contractuele tijd vol. Daarna mochten the Motions proberen de avond af te sluiten met een set waarbij het genieten van de muziek weer centraal stond. En dat is ze goed gelukt. Nog voor het twaalf uur werd was een gedenkwaardige beatavond afgelopen.

Maar the Thunders waren toen, ook uit veiligheidsoverwegingen,  al weer thuis. Ze  werden in Montfort onthaald als echte kampioenen en kregen een ereronde aangeboden door het dorp. Gezeten in een open sportauto (een Austin Healy Sprite van vader Suylen),  met voor hen uitlopend het  fluit- en trommelkorps en achter hen vader Zeelen in een vrachtauto van de firma Zeelen, maakten ze een rondgang door het dorp.

In maart 1968 hielden the Thunders er mee op. Jo en daarna ook Bair moesten hun militaire dienstplicht gaan vervullen.