Jaren 60

Roermond in de zestiger jaren

(Motto) “In Remunj is nieks te doon”  zou het enigszins ironische motto kunnen zijn van deze poging om de  popmuziekgeschiedenis van de jaren zestig in deze stad en streek voor het nageslacht vast te leggen. Ja, ook in Roermond en omgeving heeft het gegist  en gegonsd toen er in die jaren zestig een jeugdcultuur ontstond die zich sterk afzette tegen de  opvattingen van de oudere generaties en hun opvoedings- methoden. Popmuziek was daarbij het verbindende element tussen de jongeren onderling, die streefden naar meer vrijheid en zelfbeschikking. In feite was popmuziek de belangrijkste culturele uiting van de opkomende jeugdcultuur na de oorlog.

(Inleiding)

Roermond was in de eerste naoorlogse jaren een brave en ingeslapen provinciestad, waar het  barstte van de rooms-katholieke  moraalridders en fatsoensrakkers. Wat wil je: het was de bisschopsstad van Limburg en in deze provincie was de kerk  nog zeer invloedrijk.

Maar als hier begin jaren zestig de sobere weder opbouwjaren  langzaam maar zeker overgaan in jaren van toenemende welvaart verdwijnt de vanzelfsprekendheid waarmee geestelijke en wereldlijke autoriteiten gezag kunnen uitoefenen over de jeugd en komen er barsten in dit kleinburgerlijke bolwerk van zelfgenoegzaamheid . Dat proces voltrekt zich  in de eerste helft van de jaren zestig. De na-oorlogse geboortegolf begint dan te puberen en zoekt opstandig naar een eigen identiteit. En met popmuziek, uitdagende kleding, lange haren en soms een grote mond krijgt de jeugd de ouders en andere opvoeders op de kast.

In de jaren 50 en de beginjaren 60 vermaakt de oudere jeugd (vanaf 18 jaar) zich nog op dansavonden  met muziek van dans orkesten. Het is dan ook in danszalen dat jongens en meisjes elkaar treffen en niet zozeer in cafés. In Midden-Limburg zijn  dans orkesten als Accordeonette uit Linne, de Romona’s uit Montfort, het Radi- Ensemble uit Thorn en The Blue Comets uit Swartbroek erg populair.  Er werd met stijl gedanst:  zowel wals, foxtrot als tango kwamen voorbij in een speel-set van de orkesten. In de tweede helft van de vijftiger jaren kwam er nog rock and roll-dansen bij en in het begin van de jaren 60 sloeg ook de twist-rage in allerlei varianten toe in Midden-Limburg.

Een begrip onder de schoolgaande jeugd was de dansschool van Pietje Moors aan de Godsweerdersingel. Vele duizenden jongeren  zijn daar voor het eerst uitgegaan; of raakten op vrijersvoeten tijdens de danslessen. Omdat er toezicht was mochten veel jongeren wél naar de dansles en niet naar het café.

De opkomst van jongeren-sociëteiten zorgde er voor dat de mogelijkheden om uit te gaan toenamen. Maar je moest dan wel lid worden van de soos. Zo’n jeugdsoos  of kortweg soos kwam voort uit het jeugd- en jongerenwerk dat vroeger per parochie georganiseerd was. Meestal was er een kapelaan aan verbonden die  als geestelijk adviseur een oogje in het zeil hield. Activiteiten vonden plaats in het patronaat-gebouw, de voorloper van het wijkgebouw van tegenwoordig, of in het gemeenschapshuis. Met name de dans avonden met locale of regionale bandjes waren zeer succesvol voor de sociëteiten, die hun ledental dan ook gestaag zagen groeien.

Bijkomend voordeel voor de kapelaan was dat het muzikale talent uit eigen parochie op deze avonden ook ingezet kon worden om de speciale jongeren-vieringen of zogenaamde beat-missen op te luisteren in de parochiekerk. Deze vieringen kwamen in zwang als gevolg van het tweede Vaticaanse Concilie .

In Roermond had je diverse  jeugd-sociëteiten zoals de Cirkel in Kapel in ‘t Zand, Il Paradiso in de Nassaustraat, Focus in de Swalmerstraat en Open Haard in Maasniel.  De K.W.J. (katholieke werkende jongeren) hadden een eigen honk in wijkhuis de Wolfskoel in ‘t Veld. In de jaren zeventig als de letters K.W.J.  steeds meer  staan voor ‘kritische werkende jongeren’ wordt daar driftig gerepeteerd door onder andere  de popgroep Zimmermann.

Volledigheidshalve moet hier ook het privé-initiatief vermeld worden van Coen Bongaerts, een zoon van de ‘Sjmeed van Neel’.  Hij heeft vanaf 1967 tot 1981  in een kelder onder de smederij-werkplaats gelegenheid geboden aan jongeren uit de regio om hun eigen feestje te bouwen zonder bemoei zuchtige ouders of andere opvoeders. Een  fuif ‘Biej Coentje’ was een beetje de tegenpool van een avondje ‘Biej Pietje Moors’.

Het zal bij de meesten bekend zijn dat het Amerikaanse rock and roll-gebeuren begint rond 1955 met artiesten als  Bill Haley, Fats Domino en Little Richard, om enkele namen van het eerste uur te noemen. In Roermond maken begin jaren zestig de Benjo’s furore: een zangduo van de twee broers John en Ben Vaessen. Andere duo’s in die tijd waren de Yellows (van de familie Geelen uit Neer, de Springfields uit Roermond (van de familie Reulen) en de Echoboys uit Weert. De Harryjoe’s waren Joe en Harry Fermont op accordeon, maar dit familie duo trad ook vaak als trio op met Jan Fermont op slagwerk.

Het is rond 1963 als in Engeland onder aanvoering van the Beatles, the Rolling Stones, the Who en the Kinks de beatmuziek aan zijn opmars begint.

In Nederland komt de ‘Nederbeat’  wat later goed op gang  en ook in Roermond en omgeving begint in 1964  de opmars van  beatbands zoals the Flying Condors, the Whisky Four, the Switching Fighters en Les Gosses uit Roermond. Uit de omgeving komen the Jaguars (Posterholt), the Thunders (Montfort), the Rolling Kids (Swalmen) en St.+St.(later Static geheten uit Blerick).

Natuurlijk waren de meeste liedjes op het repertoire van deze  beatbands covers van succesvolle liedjes  van anderen.  Britse beatgroepen en  rythm and bluesbands waren zo’n beetje de hofleveranciers.  Maar er werd vanaf het begin  driftig gewerkt aan eigen composities. Zowel the Thunders als Les Gosses speelden ook eigen werk. En the Thunders waren de eersten  in deze regio die een single uitbrachten met twee eigen composities van zanger en gitarist Pieter Zeelen. Ook van Les Gosses verscheen een elpee met eigen nummers.

Al met al was het, als we nu terugkijken, niet hemel schokkend wat er in Roermond en omgeving gebeurde, toen in de jaren zestig ‘de andere tijden’ arriveerden. Maar toch. Het was ook niet niks, wat wel eens smalend gesuggereerd wordt. Niet alleen in de Randstad, ook in de provincie werd  wel degelijk geschiedenis gemaakt. Roermond en omgeving was daar geen uitzondering op. Maar als die geschiedenis niet vastgelegd wordt, lijkt die er niet geweest te zijn. Om ervoor te zorgen dat  hier niet alleen geschiedenis gemaakt werd, maar ook geschreven, is deze website opgezet. Als eerbetoon aan al die ‘local heroes’ van toen. Maar ook opgedragen aan al die hippe vogels, beatniks, provo’s,  nozems,  blitskikkers,  chicks , hippie’s, vetkuiven,  teeners,  twens, mods en rockers die na de oorlog opgroeiden in “that cold cook town called Roermond”. En ter lering en vermaak voor het nageslacht zodat ze opmerkingen als “in Remunj is nieks te doon” of “Remunj haet de oetsjtraoling van eine dooie vusj” voor kennisgeving aannemen of met kennis van historische feiten kunnen weerleggen.

(tekst: Dennis Janssen)