Vóór 1960: ‘van waat ich mich kin herinnere’

Herinneringen aan een stukje Roermondse muziekgeschiedenis

Mijn kennis van dit stukje Roermondse geschiedenis wordt uitsluitend gedragen door persoonlijke herinneringen. Zij hebben daarom alleen betrekking op het populaire genre, omdat deze muzieksoort vanaf mijn kinderjaren tot , laten we zeggen, mijn dertigste levensjaar mijn grootste belangstelling had. Daarna veranderde en verbrede zich dit.

Net zoals onze hele samenleving inmiddels sterk van gedaante verwisseld was.

Dit even ter inleiding.

Mijn vroegste kennis over wat er ongeveer gaande was op het gebied van levende muziek in Roermond stamt uit de oorlogsjaren tussen 1940-1945.

Behalve de vooroplopende Duitsgezinde muziekkapellen of een een Duits-millitair muziekkorps bij de een of andere luisterrijke viering van het duizend jarig rijk, waren muzikale belevenissen uiterst dun gezaaid om de eenvoudige reden dat zij waren verboden.

Een enkele uitzondering daarop vormden de spaarzame rondtrekkende muziekanten, soms gekleed in pseudo Volendamse klederdracht, en meestal zichzelf begeleidend met een accordeon en tamboerijn, die in hoofdzaak de Roermondse volksbuurten bezochten en daar hun eigen creaties ten gehore brachten.

Aan het einde van zo’n optreden collecteerden zij daarna bij het luisterende publiek en probeerden zij ook de zelf geschreven teksten, meest van het genre “smartlappen’, en slecht gestencild op ‘oorlogspapier’, voor enkele luttele centen aan de man te brengen.

Met het verstrijken van de oorlogsjaren werd de komst van deze straatmuziekkanten. die toch een sprankje vertier in die grauwe oorlogsdagen wisten te brengen, steeds zeldzamer.

Ook zij werden waarschijnlijk het slachtoffer van de Duitse honger naar arbeidskrachten voor hun volop draaiende oorlogsmachine .

Wat er verder restte aan het fenomeen ‘levende muziek’ in die oorlogsjaren was het optreden van muziekbandjes in cafés die in hoofdzaak bezocht werden door Duitse militairen en Nederlanders met Duitse sympathieën. Enkele namen van deze etablissementen uit die tijd herinner ik mij nog. Zo was er café ‘De Sport’ op de hoek van de Knevelsgraafstraat/Veldstraat, daartegenover, hoek Veldstraat/Staionsplein (waar nu ‘King George gevestigd is) was het café van Jules Swarts (?) gelegen. In het Sint Nicolaasstraatje, (ingang naast het gebouw ‘de Kraanpoort)’ was de topper van de tijd ‘’t Sinderklaöske’ gevestigd. Een plek waar men ook avonden voor Duits georiënteerde amateurs organiseerden. Tenslotte was er aan de Roerkade, daar waar nu de achterzijde van de Jumbo staat, het beruchte café met de in de volksmond veelzeggende naam ‘Bunker Zeks’ gevestigd.

Tot zover mijn kennis over het muzikale vertier tijdens de oorlogsjaren.

Maken we nu een sprong naar de na-oorlogsjaren.

In die eerste na-oorlogsezomer van 1945 verkeerde Nederland als het ware in een euforie.

Ook Roermond. Vrijwel ieder weekend was er wel ergens in een straat of buurt een feest, georganiseerd door inderhaast gevormde buurtcomités, om de terugkeer van gedeporteerde buurt en stadgenoten te vieren, of de bestraffing van voormalige Duitsepartij-sympathisanten. (Ook dát moest uitbundig gevierd worden!)

Talloze muziekinstrumenten die jarenlang verborgen waren gehouden kwamen tevoorschijn en werden er gelegenheidsorkestjes geformeerd omdat dat alles muzikale luister bij te zetten.

Op de samenstelling van die orkestjes werd niet zou nauw gekeken. Als het maar luidruchtig was. En dat was het meestal!

Vanzelfsprekend veranderde de muzieksoort ook als bij toverslag. Instrumentaal en vocaal werd alles wat ten gehore werd gebracht, Engelstalig. Iets anders telde gewoon niet meer mee. Ook de samenstelling van de nieuw gevormde ensembles wijzigde sterk. Er moest vooral veel koperwerk bij te pas komen om vooral maar op –in hoofdzaak – Amerikaans te lijken. Het eerste nummer dat ik van deze muzieksoort hoorde was ‘In the mood’. En zeg nou zelf, amerkaanser kon haast niet .

Op welk moment dat Jazz-muziek zijn entree in Roermond heeft gemaakt kan ik niet bij benadering vertellen. De eerste keer dat ik persoonlijk kennis maakte met deze muzieksoort was een optreden van ‘The Dutch Swing college Band’. En ik was meteen verkocht.

Het is van belang te vermelden dat een der grootste contribuanten aan de bekendheid van

Swing en jazzmuziek in Roermond, de toenmalige lunchroom ‘Delicia’ is geweest . Deze was, gelegen aan de Varkensmarkt in Roermond en werd gerund door Jan Brouns, tevens eigenaar van de aan deze lunchroom belendende banketbakkerij. Hij, deze Jan Brouns dus, had het aangedurfd om deze lunchroom te verbouwen tot een etablissement dat qua interieur zijn tijd ver vooruit was. Maar ook de exploitatie ervan bevatte elementen die voor Roermond volkomen nieuw waren. Zo was er dagelijks een optreden van levende muziek.

Voor Roermond een nieuwigheid van de eerste orde.

Bij de keuze van de bands die er optraden bleek Jan Brouns al net zo vooruitstrevend te zijn als met inrichting en exploitatie van de lunchroom. Van heinde en verre haalde hij orkesten met een zekere faam naar Roermond. Een van de meest spraakmakende orkesten in die tijd was het wekenlange optreden van een band die uitsluitend bestond uit zwarte muzikanten en de muziek die zij ten gehore brachten was in hoofdzaak Amerikaanse jazzmuziek. Toen dat eenmaal bekend was geworden in de regio (en ver daarbuiten) stroomde het publiek van alle kanten toe en vaak moesten een grootaantal potentiële klanten buiten wachten tot er binnen plaats was .Hetzelfde beeld herhaalde zich bij het optreden van een Duits Dames orkest, genaamd : De Henriette Stars . Zij waren zo populair dat hun contract van een maand, net nog een mand verlengd werd. Ook en echte topper voor die tijd was het trio Tom Foolen uit Eindhoven. De muziek die dit ensemble bracht was van een genre dat heel sterk verschilde van de eerder genoemde bands. Het was een soort ‘easylistening styl’ . Heel apart en heel nieuw. De verdienste van deze, prettig in het gehoor liggende muziekstijl, kon voor het grootste gedeelte op het conto van gitarist en orkestleider, Tom Foolen zelf bijgeschreven worden.(of dit zijn echte naam was kan ik niet met zekerheid zeggen)In ieder geval was hij een ware virtuoos op zijn gitaar. Maar ook alle lof voor de bassist en drummer die het spel van de gitarist op sterke wijze onderstreepten.

Behalve deze genoemde bands en groepjes waren er nog talloze anderen. Niet allemaal van even hoogstaande muzikale kwaliteit, een ding hadden zij gemeen, zij brachten het nodige vertier in het Roermondse uitgaansleven op dagen dat anders ‘de muus dood veur de kas looge’ . En dat was misschien wel de grootste verdienste van Jan Brouns, voor wie dit alles, helaas, in een teleurstellend echec eindigde.

Het bleek tenslotte dat de exploitatie van een horecabedrijf, op deze leest geschoeid, zakelijk gezien niet erg lucratief was. De kosten die voor deze vorm van vertier betaald moesten worden bleken tenslotte zo hoog dat de exploitatie van de lunchroom alleen maar verlies opleverde. Deze verliezen bleken tenslotte zo hoog dat dit het einde van de lunchroom betekende. In zijn val sleepte dit verlies het hele bedrijf, dat bestond uit de eerder genoemde banketbakkerij-annex –winkel en een snoepfabriekje, met zich mee en eindigde in een faillissement . Jammer, Heel jammer.

Omdat deze observant vanaf (ongeveer) 1950 -1956 i.v.m. zijn werkzaamheden buiten Roermond verbleef kunnen er niet veel bijzonderheden over de geschiedenis van de muziekontwikkelingen binnen de stadsgrenzen vermeld worden. Of het moest zijn dat een de eerste optredens van Andre van Duijn als playbacker, tijdens een der jaarlijkse carnavalbals in het toenmalige ‘Theater Harmonie’ aan de Hamstraat (waar nu Bristol gelegen is) als curiositeit, vermeld dient te worden. Ook vond er omstreeks die tijd een optreden plaats in ‘Hotel Wijers’ ( gevestigd in het pand waarin thans de electronica winkel Íts’ zijn domicilie heeft gekozen ) van het orkest ‘The Lords’ waarvan Rob de Nijs en Johnnie Lion als publiekstrekkers moesten fungeren. Het werd een reusachtige flop ! Uitgefloten door het , in grote meerderheid aanwezige jongere publiek, moesten zij een schandelijke aftocht blazen.

Keren we terug naar onze herinneringen, dan bevinden wij ons in het jaar 1960 en was Roermond twee-ineen-kroegen rijker. Dat was het vroegere oud-voermanscafé ‘Heinsberg en het toendertijd spraakmakende café ‘de Paerssjtal’. Hier vonden de eerste optredens van echte jazzmusici plaats. Want wie (uit deze tijd) herinnert zich niet het optreden van jazzdiva Rita Reys en haar trio, of het kwintet ‘Tony Vos’ om er maar enkele te noemen.

Maar het meest belangrijke voor die tijd was waarschijnlijk dat dit etablissement kon beschikken over een eigen huisorkest bestaande uit enthousiaste beoefenaars van de jazzmuziek. Dit huisorkest, dat zich in korte tijd in een grote populariteit kon verheugen, werd gevormd door Hans Cremers , (Ja, diezelfde, de organisator, of mede-organisator van al die culturele manifestaties die in Roermond sindsdien zijn georganiseerd) hij was de gitarist (en leider van het geheel) Frans van Heesch op drums, Jo Roubroucks , bassist, Toon Hofhuis, trompetist en Vic. Dumoulin, tenorsax.

Met grote zekerheid durf ik te zeggen dat uit deze ambiance het later zo succesvolle ‘Hammerveld Jazz Festival’ is ontstaan.

En, ere wie ere toekomt, Roermond is veel dank verschuldigd aan al die vrijwilligers die noodzakelijk waren om dit festival te doen slagen. Maar zeker mag het trio van het eerste uur niet vergeten worden die de kiem voor dit festival dat in ‘de ‘Paersstjal ‘ is ontstaaan, tot groei en bloei hebben weten te brengen. Chapeau voor Lambert Meisters † Arnold Thomassen† en, ja, weer dieduizendpoot, Hans Cremers.

Tot zover deze terugblik op de Roermondse muziekscene tot de zestiger jaren gezien door de ogen van één belangstellende enkeling.

Over de ontwikkelingen op dit terrein die na deze periode hebben plaatsgevonden zullen er ongetwijfeld meer en betere informanten bestaan. Hen laat ik bij deze graag aan het woord (of aan de pen) om U verder te informeren……

Jan Leijendeckers