De Benjo’s

In de loop van 1961 vormden de Roermondse broers Ben (12 jaar) en John (15 jaar) Vaessen het zangduo de Benjo’s. Een transistorradio op hun jongenskamer zorgde voor de nodige inspiratie. In de avonduren zond de commerciële zender radio Luxemburg Engelstalige programma’s uit met dito popmuziek. Zowel Ben als John vonden het leuk om mee te zingen met de hits uit die tijd. En zoals dat vaker gaat stonden ze thuis, bij een gezellig samenzijn, ineens tussen de schuifdeuren en lieten familie en vrienden horen en zien wat ze konden.  

Via bemiddeling van een kennis van de familie Vaessen vond niet lang daarna, op 2 september 1961, het eerste optreden plaats in het Belgische Eijsden. Van het een kwam het ander. Er zouden nog zo’n kleine driehonderd optredens volgen voordat er op 30 mei 1965 op de ‘Landjuweel’ feesten in Roermond een definitief einde aan deze reeks kwam. In die periode werden twee singles uitgebracht, waren ze regelmatig op de radio te horen en werd opgetreden met vele bekende regionale en landelijke artiesten uit die tijd.

Aanvankelijk werd volop meegedaan aan talentenjachten, die destijds bij de jeugd zéér populair waren. En daarin lag ook de verklaring van het succes, niet alleen voor de Benjo’s, maar ook voor vele van hun aan de weg timmerende muzikale collega’s. In een tijd waarin televisie nog niet binnen ieders handbereik lag, moest men zich tevreden stellen met het luisteren naar de spaarzame, op de jeugd geënte radio-uitzendingen. Het gegeven dat de eigentijdse, meest Engelstalige liedjes dan ‘live’ door, wat men toen in het geval van de Benjo’s ‘kindsterren’ noemde, voor het voetlicht gebracht werden, werd als erg verrassend beschouwd. De successen op deze talrijke zogenaamde ‘teenagershows’ bleven niet uit en hadden tot gevolg dat hun naam op een bepaald moment wél nog op het affiche stond van deze zeer populaire avonden maar dan uitsluitend als publiekstrekker, buiten mededinging. 

In het begin werd opgetreden in identieke confectiekostuums, later in professionele smokings, zoals gebruikelijk was in die tijd. John begeleidde in eerste instantie hun gezongen voordracht op een akoestische Hopf-gitaar, later ondersteund door zijn broer met eenzelfde instrument. Het geluid was enigszins vergelijkbaar met het bekende Deense zangduo Jan en Kjeld, dat in 1959 een grote hit had met het liedje ‘Banjo boy’. Er waren destijds meer duo’s van zingende broers die de Benjo’s inspireerden, zoals de Amerikaanse Everly Brothers, de Engelse Allisons en de Nederlandse Blue Diamonds. Aangezien de klankkleur van de stemmen en de samenzang het belangrijkst waren kon de instrumentale begeleiding beperkt blijven tot twee onversterkte gitaren. En zo konden de jeugdige Benjo’s jarenlang de handen op elkaar krijgen van jong én oud publiek. Ze maakten geen luidruchtige rockmuziek om op te dansen maar zongen de populaire liedjes van dat moment op een voor alle generaties acceptabel volume.

Hun optredens waren niet bedoeld als avondvullend programma. Gebruikelijk was het om samen met andere artiesten op te treden waarbij er meestal een kwartier vóór de pauze gespeeld werd en een kwartier erna. Dat was de reden dat de Benjo’s erg geschikt waren om mee te doen aan gevarieerde revue uitvoeringen die destijds erg in zwang waren. Oud buutte-kampioen Fred Ruyten uit Swalmen had samen met zijn vrouw Grietje en cabaretier Henk Geurts een programma waarmee ze door de hele provincie trokken en zelfs daarbuiten. Toen de Benjo’s op verzoek van hen op gingen treden in deze ‘Limburgse Sterren Revue’ werd de actieradius van dit jonge Roermondse zangduo aanzienlijk vergroot. Zo traden ze niet meer uitsluitend op in Roermond en omgeving maar ook in talrijke andere Zuid-Nederlandse plaatsen.

Via een artiestenbureau (tegenwoordig heet dat manager) werden er meer contracten afgesloten en raakte ze eveneens steeds meer verzeild in het circuit van de bonte avonden en zittingen in het carnavalsseizoen. Zo schreef de bekende Roermondse ‘sjlagercomponist’ Harry Bonné voor hen het carnavalsliedje ‘Hae duit het neet…’ Tijdens zo’n avonden werd regelmatig opgetreden met gerenommeerde Limburgse artiesten als Pierre Cnoops, Wiel Knipa, Sef Diederen (toen al!) en de parodiegroep de ‘Globetrotters’.

Maar daar bleef het niet bij. Om nog wat hoogtepunten te noemen: in de zomer van 1962 waren de Benjo’s te gast in het Brabantse Mierlo waar het jaarlijkse openluchtfestival gehouden werd. Opgetreden werd voor een ruim tweeduizendkoppig publiek terwijl de ‘omkleedtent’ gedeeld werd met de in opkomst zijnde nog jonge Rudi Carell. (zie foto)

Bij een optreden in het voormalige Posthotel aan het Munsterplein maakten ze kennis met Coen van Orsouw. In zijn hoedanigheid van talentenscout nodigde hij de Benjo’s uit om, in december 1962, een plaatje op te nemen in de Bovema studio’s te Heemstede hetgeen resulteerde in hun eerste Nederlandstalige single ‘Tonia’ met op de B-kant ‘Doreen’. Een jaar later werd een tweede single opgenomen in de Decca studio te Brussel met als producer Jan Theelen: ‘Jimmy speelt Dixieland’ en ‘Maria Magdalena Dolores la Bamba’.

In datzelfde jaar vond in Brunssum de finale plaats van het ‘Groot Limburgs Songfestival’. Met twee speciaal voor hen geschreven Nederlandstalige liedjes (uniek voor een tijd waarin Engels- en Duitstalige liedjes de boventoon voerden) wonnen de Benjo’s die finale met glans. Het oordeel van de jury loog er niet om: “Hun optreden was vlot, vrolijk, ongekunsteld, origineel en fris van de lever” volgens juryvoorzitter Willy Schobben. De publiekstrekkers die avond waren Johnny Lion and the Jumping Jewels en Anneke Grönloh die de eerste prijs aan het duo overhandigde. (zie foto)

In augustus 1962 van dat jaar kwam de KRO met het radioprogramma De Zonnebloem met als presentator de legendarische Alex van Waayenburg naar Roermond. Met een live uitzending vanuit het St. Laurentius ziekenhuis werd het twaalf en een half jarig jubileum van de ziekenhuisomroep gevierd. Behalve de Benjo’s verleenden ook Eddy Christiani, de Spelbrekers, accordeonist Johnny Meijer en Limburgs troubadour Frits Rademacher hun medewerking aan deze uitzending.

Een grote uitdaging in 1963 was zonder twijfel deelname aan de tot de verbeelding sprekende ‘Grote Varieté prijs van Radio Luxemburg’. Het deelnemersveld was in vier groepen ingedeeld: een Franse, een Waalse, een Vlaamse en een Nederlandse afvaardiging. Zo’n tweeduizend deelnemers deden mee aan de diverse voorselecties. Het was als het ware een ‘Idols verkiezing avant la lettre’. Via voorronden in de Belgische steden Mol, Hasselt en Brussel, werd in april van dat jaar deelname aan de finale in het Theater Kurhaus te Oostende een feit. De Benjo’s, die, met het voor hen geschreven Nederlandstalige liedje ‘Tonia’ voor het voetlicht traden, werden bij dat optreden begeleid door een groot orkest o.l.v. Jack Say. De vakjury onder leiding van Willem O’Duys ( toen nog met O) koos uit de overgebleven zes Nederlandstalige kandidaten zangeres Ciska Peters als winnares. Vooral veel indruk echter die avond maakte het gastoptreden van en het contact met ‘Les Compagnons de la Chanson’, bekend van o.a ‘Un Mexicain’ en ‘Les trois cloches’ met Edith Piaf.

Het volgen van de verrichtingen van de Benjo’s in de verschillende voorronden en de grote finale was niet alleen voorbehouden aan het daar aanwezige publiek, maar kon ook gedurende een groot aantal zondagmorgens in Roermond beluisterd worden via de populaire zender Radio Luxemburg.

Het meedoen aan songfestivals behoorde nu definitief tot het verleden. De aandacht werd vanaf nu vooral gericht op optredens in het land. Vooral in het geheugen gegrift staan onder anderen de ontmoetingen met de nog piepjonge Sandra Reemer, Peter en zijn Rockets, Johnny Lion and the Jumping Jewels, Rob de Nijs en de Lords, de Blue Diamonds, Willeke Alberti en de reeds genoemde Rudi Carell.

Het repertoire van de Benjo’s bestond in eerste instantie alleen uit Engelstalige covers (Oh Carol, Are you sure, Wake up little Susie, I’m gonna knock on your door, Rip it up, Little Ship, Lucky Lips enz, enz.), maar werd allengs gevarieerder. Ouder, uit de vooroorlogse jaren stammend Duits repertoire, bleek graag gehoord te worden en er werd zelfs Italiaans gezongen. Maar ook Nederlandstalige liedjes (destijds zelden ten gehore gebracht), zoals die voorkwamen op hun grammofoonplaten, stonden op de playlist.

In Zuid- Nederland was hun naam gevestigd waardoor het aantal optredens snel toenam. Ondanks het feit dat de beide broers het middelbaar onderwijs volgden werd er veel opgetreden, soms wel vier keer in de week. Ook aan de zogenaamde ‘sjnabbels’ ontkwamen de Benjo’s niet: drie optredens per avond in verschillende plaatsen was geen uitzondering. Hun populariteit liep zo hoog op dat in een bepaalde periode fans de deur van hun ouderlijk huis plat liepen en er dagelijks veel fanmail bezorgd werd.

In de loop van 1965 doofde het vuur langzaam maar zeker. Er waren andere prioriteiten: Ben moest zijn gymnasiumdiploma zien te halen en John kreeg geen uitstel meer van militaire dienst. Onder invloed van de Engelse beatmuziek en de opkomst van de Nederbeat was het landschap van de popmuziek in korte tijd drastisch veranderd. Het werd allemaal wat ruiger en er werd veel meer elektrisch versterkt gespeeld. Blijven meedoen in het popcircuit zou betekenen dat zaken anders aangepakt moesten worden. Maar dat moet je ook willen. En die ambitie hadden Ben en John niet. Het was, volgens hun zeggen, “mooi geweest”.

Tijdens een van hun laatste optredens, in de al lang verdwenen Beatrixzaal vlakbij de speeltuin Kitskensberg, hadden Ben en John nog een nieuwigheid in petto voor het publiek. Ze traden voor het eerst op met een geluidsband die primitief afgespeeld werd op een kleine bandrecorder. Er stond alleen achtergrondmuziek op van de nummers die ze ‘live’ ten gehore brachten, maar er waren mensen in het publiek die dat niet wilden geloven en dachten dat ze voor de gek gehouden werden. Later zal blijken dat bij optredende artiesten een professionele geluidsband onmisbaar, zoniet van ‘levensbelang’ is.

Terugkijkend op die tijd is de conclusie dat het volgens de Benjo’s een voorrecht was op zo’n jonge leeftijd actief mee te mogen doen in het succesvol uitoefenen van hun muzikale hobby in het prilste begin van de unieke jaren zestig.

Dat ze ná bijna vijftig jaar niet geheel vergeten zijn blijkt uit de uitnodiging om op 8 januari 2006 hun medewerking te verlenen aan het radioprogramma ‘het Theater van het Sentiment’ gepresenteerd door Marc Stakenburg, waarin teruggekeken werd op hun vierjarige carrière.

Met veel genoegen gaven de Benjo’s, Ben (61) en John (64) Vaessen hun medewerking aan het realiseren van dit onderdeel van de site, waarvoor onze oprechte dank.